EEN KRITISCHE KERK
Op 21 maart jl. hield de Basisbeweging Nederland haar jaarvergadering in de Dominicuskerk in Amsterdam. De BBN had Karin Kasdorp gevraagd de inleiding te verzorgen. Kasdorp is auteur van het vorig jaar verschenen boek over de Dominicusgemeente Een levend lichaam- kijken naar een kerk met toekomst*. Hieronder volgt een ingekorte versie van haar presentatie met als titel ’Een kritische kerk’
* ISBNnr: 9789088420559
"Er is waarschijnlijk GEEN God
Durf zelf te denken
En geniet van dit leven!"
De laatste twee zinnen van de reclametekst van de Atheïstische Vereniging Nederland spreken mij best aan:
Durf zelf te denken. En geniet van dit leven! Wees kritisch.
Leden van de Basisbeweging Nederland zullen zich hierin herkennen. De BBN is niet voor niets voortgekomen uit een Werkgroep van Kritische Gemeenten. Naast de religieuze verbondenheid is kritisch-zijn de bindende factor van de aangesloten groepen in de BBN.
De Dominicusgemeente was destijds een van de initiatiefnemers. Weliswaar is ze ook ontstaan in de kritische jaren zestig waarin kritisch zijn min of meer vanzelfsprekend was, maar dat karakter is in de loop van 45 jaar behouden gebleven.
‘Het grootste wonder van de Dominicus is dat ze tot op de dag van vandaag nog bestaat,' aldus Erik Borgman in het voorwoord van Een levend lichaam.
Tot op de dag van vandaag: een tijd van snelle veranderingen, complexiteit, onzekerheid, en een tijd waarin velen te maken hebben met een spagaat van enerzijds loslaten van benauw(en)de kaders, kerkverlating, individualisering, en anderzijds zoeken naar verbondenheid en identiteit.
Wat zijn de kritieke factoren die ten grondslag liggen aan het 45-jarig bestaan van de Dominicus?
1. Democratie
Vanaf het moment dat de Dominicanen Wim Tepe, Jan Nieuwenhuis, Kees Strijbos en Lucas Grollenberg in '64 de kwijnende rooms katholieke parochie aan de Spuistraat nieuw leven inblazen, is er op een spontane en democratische wijze een liturgie ontstaan. Sommige roomse elementen werden geschrapt of ingekort, protestantse elementen toegevoegd.
Jan Nieuwenhuis (p.33) :
"Over alle veranderingen die er kwamen, hebben we gepreekt, of een vergadering belegd, en dat vond ik een goed besluit. Daarmee konden we duidelijk maken, ook voor onszelf, waarom we dat wilden veranderen en doorbreken; bijvoorbeeld: waarom wil je de hostie op je hand ontvangen en wat betekent die hand. De gemeente zelf kwam met dit soort voorstellen. Die zei: Waarom doen we dat zus en zo? Dus daar moesten we het over hebben."
Een gemeente van onderop, waarbij elkaar kritisch bevragen van begin af aan een cruciaal cultuurelement was en is gebleven.
2. Experimenteren
"De Dominicus is niet alleen een leerhuis voor prediking, maar ook een laboratorium voor liturgie waar wordt geëxperimenteerd en mensen van elders inspiratie opdoen." (Erik Borgman, p.11)
Vanaf begin af aan is er een experimentele liturgie ontstaan die zich zodanig ontwikkelde, dat er spontaan een oecumenische gemeente ontstond. Nieuwe vormen die werden uitgeprobeerd werden achteraf tegen het licht gehouden en geëvalueerd.
De Dominicus zelf werd door het bisdom Haarlem ook als een experiment gezien. Met het bisdom werden regelmatig evaluatieve gesprekken gevoerd over liturgie en beleid. Vanaf 1964 bestond er een bepaalde mate van vrijheid, maar door de experimentele ontwikkeling van de liturgie werd die ruimte en vrijheid groter. In 1989 trok de Vicaris de conclusie dat inhoud en vorm van de vieringen kerkordelijk niet meer konden worden erkend door de Bisschop. In goed overleg maakte de Dominicus zich los van het bisdom en daarmee van de Rooms Katholieke Kerk. Waar experimenten niet toe kunnen leiden...
3. Reflecteren
Experimenteren betekent uitproberen, evalueren, concluderen, eventueel opnieuw beginnen. Nodig zijn een kritische blik, verschillende invalshoeken (hoofden en zinnen), waardoor kans op conflicten. Men moet niet schromen controversiële zaken ter sprake te brengen. Er moet een intentie zijn om on speaking terms te blijven. De zoektocht zelf is het doel.
Kritisch durven zijn en reflecteren vergt moed. Angst en verlies van houvast kunnen een aanslag betekenen op de eigen zekerheden en identiteit.
Onherroepelijk komt de vraag waarom dingen wel of niet (meer) passen en waarom ze anders moeten dan vroeger. Externe veranderingen, op maatschappelijk gebied en geloofsbeleving, en nieuwe communicatievormen gaan niet aan een sociale (religieuze) groep voorbij.
Onvermijdelijk komt de vraag: zijn we zelf veranderd, als collectief en als individu?
Op dat moment zal men in het reflectieproces nog een laag dieper moeten gaan: zelfreflectie.
4. Visietrajecten
In de Dominicus is het min of meer gewoonte geworden om van tijd tot tijd een visietraject te houden waarbij een groepje Dominicusgangers een aantal punten inventariseert, zoals:
Wat bezielt ons?
Welke elementen zijn wezenlijk voor onze gemeente?
Waar zijn we tevreden over?
Waar zijn we ontevreden over?
Hoe verloopt de communicatie tussen de groepen?
Wat moet er anders?
De gehele gemeente krijgt de mogelijkheid tot inbreng.
Tijdens dit hele traject zijn reflectie en zelfonderzoek uiteraard belangrijk.
5. Feminiene elementen
Opmerking: De term ‘feminien' en ‘vrouwelijk' zijn voor mij synoniem. ‘Vrouwelijk' kan echter impliceren dat ze uitsluitend van toepassing is op vrouwen. Uiteraard is dat niet het geval: zowel ratio (mannelijk) als gevoel (vrouwelijk) komen bij mannen en vrouwen voor.
Waar het om gaat is het evenwicht tussen feminiene en masculiene elementen, op allerlei terreinen (sociaal-economisch, theologisch, organisatorisch). Die is wereldwijd al eeuwen uit balans, niet in de laatste plaats in de kerk. Het evenwicht kan pas worden hersteld wanneer de onderbelichte factor de waardering krijgt die ze verdient.
Een juiste balans tussen de masculiene en feminiene factoren in de Dominicus in mijn ogen van cruciaal belang (geweest) voor het feit dat ze zo'n bloeiende kerk is, zowel als leerhuis en liturgie, alsook als gemeente van mensen.
In de 45-jarige recente geschiedenis van de Dominicus hebben vrouwelijke waarden en eigenschappen voldoende aandacht gekregen, dan wel hun eigen, unieke plek herkregen. De geschiedenis toont aan dat dat zowel geldt op het liturgisch/theologische vlak, als op het organisatorische.
Enkele voorbeelden:
· In 1972 was er al een vrouwelijke penningmeester;
· In 1977 ging de eerste vrouw voor in de liturgie;
· In 1980 werd de eerste vrouwelijke pastor benoemd;
· In de jaren zeventig en tachtig was er een actieve vrouwenbeweging in de Dominicus;
· De naam van de Eeuwige wordt inclusief gebruikt;
· Er is aandacht voor de vrouwelijke kant van God de Vader;
· De vieringen worden zo mogelijk voorgegaan door een man en een vrouw uit het team;
· Er wordt rekening mee gehouden dat de groep die brood en wijn uitdeelt uit beide geslachten bestaat;
· Alle werkgroepen zijn gemengd van samenstelling; dat geldt zowel voor schoonmaakploeg en werkgroep Pastoraat als beleidsraad en beheercommissie.
Onderstaande voorbeelden van feminiene en masculiene benaderingen komen wellicht als tegenstellingen over, maar zijn geen contrasten. Per paar vormen ze een geheel.
Feminiene benadering Masculiene benadering
Gevoel Ratio
Inschatten, rekening houden met Calculatie, feiten, statistiek
emotionele factoren
Gericht op sociale verhoudingen Gericht op betekenis voor individu
Procesgericht Resultaatgericht
Introspectief Naar buiten gericht
Liturgisch:
Aandacht voor stilte Aandacht voor het woord
Rituelen: symbolisch aspect Rituelen: repeterend aspect
Rituelen: beelden, muziek Rituelen: handelingen, voorwerpen
De paren zijn op elk van de vijf andere kritieke factoren van toepassing:
Democratie: oog voor individueel belang en sociaal belang
Experimenteren: calculatie, inschatten, erkenning van en rekening houden met emoties
Kritisch zijn: ratio, introspectie
Reflectie: ratio, introspectie, procesgericht
Visietrajecten: resultaatgericht en procesgericht.
Samenvattend:
Dankzij de erkenning van feminiene elementen is de verhouding tussen mannelijke en vrouwelijke factoren in de Dominicus evenwichtig. Hierdoor is een cultuur/context ontstaan waarin recht kan worden gedaan aan aspecten die onmisbaar zijn voor een gezonde gemeenschap.
Waar staan we nu?
Het doel van een visietraject is de zoektocht naar deze vraag. Procesgericht zijn we gefocused op de zoektocht zelf; resultaatgericht betekent gericht zijn op de uitkomst ervan.
In tegenstelling tot een brede maatschappelijke tendens om vooral gericht te zijn op het resultaat, is in de Dominicus de feminiene procesgerichte houding in ere hersteld.
De analogie van het doolhof is geschikt als illustratie van de vraag:
Een complexe omgeving, met kruispunten en doodlopende wegen. Er is wel ergens een visioen, maar onduidelijk is welke richting men daarvoor in moet slaan. In een doolhof heeft achterom kijken geen zin. Wil men weten wat verleden en ervaringen aan bagage, houvast of lessen hebben opgeleverd, dan hoeft men ‘alleen maar' naar zichzelf te kijken.
De vraag ‘waar staan we op dit moment' is dus een vraag naar identiteit.
Door kritisch te blijven reflecteren, wordt een sociale groep zelfbewuster, waardoor de identiteit sterker wordt; als een levend lichaam zal ze steeds meer ruimte innemen en vrijer bewegen. Vrijheid is dan niet alleen meer een voorwaarde, maar ook een verworvenheid.
En dat is genieten.
Wat mij betreft zou er voor hetzelfde geld op de reclamezuil kunnen staan:
Er is waarschijnlijk EEN God
Durf zelf te denken
En geniet van dit leven!
* ISBNnr: 9789088420559
|